De oorlog

Na 1930 ging men in het patronaat spelen. Dat was een mooie zaal met een prachtig toneel voor die tijd. Deze stond bij de jongensschool in de Dorpsstraat. Op het einde van de oorlog (1944) werd de zaal plus de jongensschool plat gebombardeerd, dus na de oorlog hadden we weer geen zaal.

Van 1941 tot 1944 heeft de vereniging geen voorstellingen gegeven vanwege de oorlog. We mochten wel spelen, maar dan moesten we lid worden van Duitse cultuurkamer en dat wilde de vereniging absoluut niet.
Na de oorlog heeft de vereniging wel met een wagen meegedaan aan de bevrijdingsoptocht.
De eerste uitvoering na de oorlog hebben we gespeeld in de pastorie. Deze had met de oorlog ook veel geleden maar werd wat provisorisch opgeknapt, zodat we twee van de grote kamers, die achter elkaar lagen, èèn zaal maakten. De familie Goossen woonde toen tijdelijk in de pastorie, omdat hun boerderij aan Eerenburg zwaar was beschadigd in de oorlog. De familie Goossen zorgde voor een bakje koffie voor de toneelspelers. Na de pastorie zijn we naar café De Brembos van eigenaar C. van Genk gegaan. Van het opkamertje werd een toneel gemaakt en we konden weer spelen. Het café zat tijdens de uitvoeringen zo vol dat men buiten voor de ramen stond te kijken.

 

Bevrijdingsoptocht 1945


Intussen was er in 1946 een noodzaal gebouwd op de plaats waar de jongensschool gestaan had. Het was een grote houten barak. De naam werd: “Zaal Concordia”. Het eerste stuk dat we er speelden was: “Schip in nood”.